SDS Lokaal

Bezig met laden van kaart...

Bezig met laden

Nieuwsbrief

* Emailadres

* Relatienummer

* Postcode

* Huisnr

Lijst
 SDS info (voor donateurs) SDS persberichten

Fotoalbum

De laatste Downer pretendeert ten onrechte een objectief programma te zijn

Woensdag 16 maart 2016 is de eerste uitzending van “De laatste Downer” van de EO. In 4 afleveringen wordt onderzocht of door de invoering van de NIPT in Nederland minder kinderen met Downsyndroom worden geboren.

De titel van de serie is suggestief en slecht. Ten eerste omdat Downers niet bestaan. Er zijn mensen die Downsyndroom hebben, maar niemand is zijn beperking of ziekte. Je bent een mens, je lijkt op je ouders, broers en zussen en maakt deel uit van je gezin en gezinscultuur. Daarnaast kun je nog Downsyndroom hebben. Door mensen te noemen naar hun syndroom reduceer je hen tot alleen hun beperking. Ten tweede is de titel duidelijk uit op een controverse en dat strookt niet met objectiviteit. De Stichting Downsyndroom benadrukt al jaren bij de discussie rond de NIPT dat alleen een genuanceerd beeld kan leiden tot een toekomst zonder discriminatie van mensen met Downsyndroom.

Goed aan de serie is dat twee mensen met Downsyndroom, Sjoerd Fleur en Eveline Kamperman, de interviewers van het programma zijn. En beide doen het erg goed. Ze worden bijgestaan door een interviewer zonder Downsyndroom, Jos de Jager. De samenwerking is prima, dat kan je zien. Alles wordt besproken, en onderling gaan de interviewers op een leuke manier met elkaar om, die getuigt van echte samenwerking.

Heel treffend en emotioneel zijn de fragmenten waar Sjoerd  zijn moeder bevraagd over zijn geboorte en of zij van te voren had willen weten of Sjoerd Downsyndroom heeft. Moeder geeft aan dat ze zielsveel van haar zoon houdt, maar het soms ook moeilijk heeft gevonden. Je hebt gewoon meer zorgen, geeft ze aan. Het is een indringend gesprek, dat Sjoerd ook raakt. Zowel moeder als zoon weten waar ze het over hebben, dat maakt het gesprek zeer integer en goed.

Er zitten meer goede stukken in. Bijvoorbeeld de manier waarop de EO heeft laten zien dat een arts niet geïnterviewd wil worden door Eveline. Jos de Jager vraagt waarom ze dat niet wil en is niet tevreden met het eerste antwoord. Het geeft een krachtig beeld dat aantoont dat mensen met Downsyndroom niet als gelijkwaardige gesprekspartners worden gezien.

Toch is er een groot bewaar tegen de serie. De EO geeft aan dat ze zelf geen mening heeft willen geven, maar alleen een beeld heeft willen schetsen van alle meningen. Maar door de keuze van de mensen en de deskundigen schetsen ze wel degelijk een bepaald beeld en dat beeld klopt niet. Deskundigen geven percentages die niet kloppen maar er wordt geen tegenwicht geboden. Er wordt niet aangegeven dat er ook andere cijfers te vermelden zijn.  Denemarken wordt als ’schrikbeeld’ opgevoerd want Daar worden nauwelijks meer kinderen met Downsyndroom geboren. Er wordt niet bij verteld dat Denemarken ook al heel anders omging met de combinatietest en de vruchtwaterpunctie. Eveline wordt beschreven als een iemand die geboft heeft omdat ze zoveel kan. Daarmee wordt aangegeven dat Eveline en Sjoerd uitzonderingen zijn. Natuurlijk doen Eveline en Sjoerd het fantastisch en dat is erg knap. Zonder hun prestaties te willen bagatelliseren, willen we aangeven dat veel tieners en twintigers heel hard gewerkt hebben en nog werken om zo zelfstandig mogelijk een bestaan op te bouwen. Eveline en Sjoerd zijn echt geen grote uitzonderingen.

Ons voornaamste punt van kritiek is het feit dat de EO ten onrechte pretendeert een totaalbeeld te schetsen. Veel kijkers zullen dat geloven, maar ook deze serie is slechts een klein deel van het hele verhaal.

Reacties plaatsen niet mogelijk