SDS Lokaal

Bezig met laden van kaart...

Bezig met laden

Nieuwsbrief

* Emailadres

* Relatienummer

* Postcode

* Huisnr

Lijst
SDS info (voor donateurs)SDS persberichten

Fotoalbum

Eetproblemen

Volgens Joan Medlen, een Amerikaanse diëtist die onderzoek heeft gedaan naar voeding bij kinderen met Downsyndroom, benoemen veel ouders van peuters en kleuters met Downsyndroom de kieskeurigheid met eten van hun kind als een flink probleem. Toch heeft dit probleem volgens Medlen zelden te maken met niet willen eten, maar met de hele eetsituatie. In een eetsituatie leren kinderen algemene zaken over het leven, fysieke, sensorische en communicatieve vaardigheden. Het echte probleem is vaak niet de kieskeurigheid van het kind met eten, maar het begrijpen hoe de gehele eetsituatie werkt. De kieskeurigheid hoeft niets te maken te hebben met niet willen eten. Het kan bijvoorbeeld ook betekenen dat het kind het interessant vindt om te zien hoe de ouder zich druk maakt. Ook hebben sommige kinderen moeite met nieuw eten. Vermijd paniek en laat hen dan geleidelijk daaraan wennen. Verder vinden veel kinderen met Downsyndroom het prettiger voedsel niet te warm maar op kamertemperatuur te eten. Ook kan kieskeurigheid voortkomen uit te weinig spierspanning in het mondgebied. Daarom is vroege logopedie, mede gericht op het versterken van die spieren belangrijk.

Probeer bij het niet willen eten van nieuw voedsel niet te focussen op negatief gedrag, maar op het benoemen en complimenteren van gewenst gedrag. Want met veel aandacht, ook als het negatieve aandacht is, voor het weigeren van voedsel, kun je dat gedrag juist ook versterken. Focus op positief gedrag. Dus één hapje proberen kun je groot belonen. Begin met kleine stapjes bij het wennen aan nieuw voedsel. Soms kan het ook helpen om een kind ook te betrekken bij het inkopen en klaarmaken van het eten, zodat het gaat leven voor het kind. Hij of zij heeft zelf geholpen om het te maken. Dan is het ook wel heel spannend om een hapje te proeven.
Bij sommige kinderen kan er meer spelen dan kieskeurigheid en moeite met wennen aan nieuwe structuren en nieuwe smaakjes. Er kunnen medische problemen spelen. Zo komt reflux, dat wil zeggen het terugstromen van de maaginhoud in de slokdarm, vaker voor bij kinderen met Downsyndroom dan bij andere kinderen. Het kan eten tot iets heel onaangenaams maken. Als je kind vaak kleine zuur ruikende hoeveelheden voedsel terugspuwt, dan is er waarschijnlijk sprake van reflux. Overleg dan met je kinderarts, want dit is behandelbaar, bijvoorbeeld door zuurremmende middelen (en ook door niet te drinken bij of vlak voor of vlak na het eten; en door pap wat steviger te maken). Als het terug gespuwde eten niet zuur maar naar verrotting ruikt (dit is veel en veel zeldzamer), dan kan er ook sprake zijn van een vernauwing in het darmgebied na de maag. In een enkel geval wordt dit namelijk pas laat ontdekt.
Sommige kinderen hebben een periode van langdurige sondevoeding achter de rug. Dat leidt soms tot eetproblemen naderhand. In principe moet het kind weer geleidelijk en in een prettige sfeer leren wennen aan zelf eten, maar soms blijkt dit moeizaam te verlopen.
Bij eetproblemen kun je advies vragen bij een preverbaal logopedist. Bij ernstige eetproblemen kun je ook denken aan meer intensieve hulp. Bijvoorbeeld via Pluryn; zoek dan binnen die site op het trefwoord ‘eetproblemen’. Pluryn/Winkelsteegh kan ambulante hulp bieden. Je kunt ook bij MEE informeren of er andere zorgaanbieders zijn die dit in je regio aanbieden. In de Update van Down Up 64 (na p. 30 in het nummer) heeft een artikel gestaan over de benadering van eetproblematiek vanuit Pluryn.
Zie voor gedragsproblemen ook:

Reacties plaatsen niet mogelijk