SDS Lokaal

Bezig met laden van kaart...

Bezig met laden

Nieuwsbrief

* Emailadres

* Relatienummer

* Postcode

* Huisnr

Lijst
SDS info (voor donateurs)SDS persberichten

Fotoalbum

Wegloopgedrag

Wegloopgedrag is niet ongewoon bij peuters, of ze nu wel of geen Downsyndroom hebben. Het hoort bij de ontwikkeling van autonomie. Ook hier geldt echter dat de leeftijdsperiode waarin dit gebeurt langer kan duren bij kinderen met Downsyndroom.

Wegloopgedrag kan lastig zijn en ook gevaarlijke situaties opleveren. Het kan ook lastig zijn om er verandering in te brengen, omdat het zijn eigen beloning geeft: de spanning van er vandoor gaan, maar ook de sensatie van weer teruggehaald worden en de aandacht die dat geeft. Ook is het lastig omdat het een gedrag is dat je niet moet doen. Je moet dus eigenlijk leren je eigen impuls te onderbreken en te stoppen. Dat is voor taalzwakke kinderen, zoals veel jonge kinderen met Downsyndroom, moeilijk. Die denken vaak helemaal niet aan ‘stop, mag niet’, maar doen gewoon wat ze doen.
Je kunt eventueel grenzen visueel gaan aangeven (bijvoorbeeld een tuinhekje of een krijtlijn op een plein om de grens aan te geven) en dan gaan inoefenen dat het kind zichzelf stopt en er niet overheen gaat. Daarmee kun je dus in een veilige situatie beginnen met het kind leren wegloopgedrag te beheersen. Daar krijgt het kind dan complimenten voor, voor dat stoppen bij het tuinhekje of de lijn. Zodat je het binnen de grenzen blijven gaat inoefenen en belonen. Dan doorbreek je het feit dat weglopen normaliter meer aandacht oplevert dan binnen de grenzen blijven. En je oefent het stoppen van impulsen door het te modelleren, na te laten doen en direct te belonen.
Ook tijdens uitjes kun je je kind complimenteren voor het bij jou in de buurt blijven. Dat moet je dan steeds weer benoemen en belonen. Je moet je kind er gefocust op krijgen. Een andere manier kan zijn het kind laten helpen, bijvoorbeeld met het duwen van de buggy of het winkelwagentje. Maak contact met je kind, ga op zijn of haar hoogte en verleid hem of haar te helpen de wagen te duwen. Daarvoor geef je je kind dan aandacht en complimenten. Je kunt als kind immers niet helpen met duwen en tegelijkertijd weglopen. Dat wordt onverenigbaar gedrag genoemd.
Het afleren van wegloopgedrag, of eigenlijk het aanleren van het binnen grenzen blijven, is voor kinderen met Downsyndroom vaak een langer en intensiever traject dan bij andere kinderen die taliger zijn. Toch zijn dit wel pedagogische strategieën die op lange termijn kunnen werken.
Er zijn (tijdelijke) oplossingen te bedenken tegen het weglopen bij kinderen die (nog) niet gevoelig zijn voor pedagogische maatregelen. Je kunt thuis dan bijvoorbeeld denken aan een slot met een drukcode op de buitendeur, zodat alleen de volwassenen die de code kennen de deur kunnen openen.
Een oplossing bij onvoorspelbare weglopers buitenshuis kan het laten dragen van een tuigje zijn met daaraan een riem. Dit kan een oplossing zijn als pedagogische beïnvloeding niet lijkt aan te slaan en het kind zichzelf anders in gevaar brengt. Je zou ook nog kunnen kijken op de volgende site. Op die site staan allerlei handige technische oplossingen zodat je gewaarschuwd wordt zodra kind meer dan 25 meter van jou verwijderd is en/of middelen die ervoor zorgen dat de eerlijke vinder van het kind de ouder ook weer terug kan vinden.
Zie ook deze site over GPS-tracking. Bij GPS-tracking kun je gewoon op je mobiel zien waar je kind is. Dit zijn technische oplossingen, handig als het probleem hardnekkig is en pedagogische maatregelen (nog) niet voldoende helpen.

Reacties plaatsen niet mogelijk