SDS Lokaal

Bezig met laden van kaart...

Bezig met laden

Nieuwsbrief

* Emailadres

* Relatienummer

* Postcode

* Huisnr

Lijst
SDS info (voor donateurs)SDS persberichten

Fotoalbum

Zindelijkheid en zindelijkheidstraining
Kinderen met Downsyndroom worden over het algemeen later zindelijk dan andere kinderen. Hoe groter de achterstand in de verstandelijke ontwikkeling, hoe later het kind zindelijk is. Met zindelijkheidstraining kan bij de meeste kinderen met Downsyndroom gestart worden vanaf drie a vier jaar. Het merendeel van de kinderen met Downsyndroom is nog niet volledig zindelijk bij de aanvang van hun schoolloopbaan (4 a 4,5 jaar), vrijwel allen worden dit in de loop van de kleuterjaren.
Een tragere cognitieve ontwikkeling kan een rol spelen bij laat zindelijk worden. Het kan zijn dat het kind het verband nog niet legt tussen het voelen van de volle blaas of de aandrang tot ontlasting en het naar de wc moeten gaan. Of het kind merkt die prikkel nog niet op, omdat er nog geen focus op is. Door zindelijkheidstraining kan het kind deze zaken gaan leren. Begin hiermee pas op het moment dat het kind stabiel kan zitten op een potje. Ook moet het kind begrippen als ‘potje’, ‘plas’ en’ poep’ kunnen plaatsen. Wacht echter ook niet te lang met zindelijkheidstraining. Door de goede kwaliteit van luiers, kunnen ouders de neiging hebben zindelijkheidstraining erg lang uit te stellen.
Medische problemen
In die weinige gevallen dat een kind tegen de verwachtingen in – en ondanks training – maar niet zindelijk wordt, is het zaak om na te laten gaan of er een (vaak behandelbare) medische oorzaak is. Er kunnen immers ook medische redenen zijn om niet zindelijk te worden. Urineverlies kan optreden door afwijkingen in de urinewegen of verkeerd gebruik van blaas- en kringspier. Ook verstopping door een te trage darmwerking met ophoping van te veel ontlasting in de darmen kan een rol spelen. Die ophoping kan maken dat de prikkels in dat gebied (zowel aandrang in anus als blaas) niet goed worden gevoeld. Dan kunnen lichte laxeermiddelen nodig zijn. Verstopping kan ook mild zijn. Soms is er bij verstopping overloopdiarree. Dan lijkt het alsof er geen verstopping is, maar die ligt dan wel ten grondslag aan te dunne ontlasting. Dat verstopping problemen kan geven bij zindelijkheid kan ook voorkomen bij kinderen zonder Downsyndroom. Zie bijvoorbeeld deze site.
Bij Downsyndroom kun je bij darmproblemen ook nog denken aan lichte vormen van de ziekte van Hirschsprung (te weinig zenuwweefsel in deel van de darmen) en eventueel aan coeliakie (glutenintolerantie). Coeliakie kan met milde of nauwelijks symptomen verlopen, maar wel de stoelgang ontregelen, d.w.z. te dunne ontlasting geven en daardoor minder beheersing.
Zindelijkheidstraining
Een belangrijke stap is het kind klokzindelijk maken. Dat betekent eraan wennen op vaste momenten op de dag naar de wc te gaan en het daar even te proberen. Houd het toiletbezoek in een prettige sfeer, complimenteer hem of haar ervoor, en maak die complimenten natuurlijk nog groter als hij of zij ook daadwerkelijk zijn behoefte doet. Maak de momenten waarop het kind naar de wc moet visueel met een foto/plaatje en maak een soort rooster van de dag met daarop zijn bezigheden waarop je dan kunt aanwijzen ‘nu is dit voorbij, nu is het wc-tijd of potjestijd’, bijvoorbeeld na het eten (of voor het eten) ga je altijd even naar de wc.
Op het moment dat de indruk bestaat dat het kind wel al enig lichaamsbesef heeft op dit punt (het plassen lijkt te voelen aankomen) kan er voor worden gekozen om een aantal dagen achtereen thuis (bijvoorbeeld in een vakantie) zeer intensief op zindelijkheid te oefenen. Dat betekent: geen luier aan; het kind veel laten drinken en waterijsjes laten eten; heel vaak naar de wc laten gaan; voortdurend positieve feedback geven (naar de wc gaan als ‘feestje’); het kind laten helpen om een plaspop zindelijk te maken. Dit kan tot een doorbraak op dit gebied leiden.
Bij aanhoudende zindelijkheidsklachten kun je je wenden tot een instelling die hulp biedt aan mensen met een handicap (zoals Pluryn; zoek dan binnen die site op het trefwoord ‘zindelijkheid’). Pluryn/Winkelsteegh kan ambulante hulp bieden bij zindelijkheidsproblemen. Je kunt ook bij MEE informeren of er andere zorgaanbieders zijn die dit in je regio aanbieden.
Om een indruk te krijgen van zeer intensieve zindelijkheidstraining, zou je ook eens kunnen kijken naar de ervaringsverhalen op www.stapsgewijs.org .
In het Engels, geeft daarnaast nog de volgende site informatie over zindelijkheidstraining bij kinderen met Downsyndroom.
Luiervergoeding
Luiervergoeding wordt bij nog niet-zindelijke kinderen tussen de 3 en 5 jaar alleen toegekend door ziektekostenverzekeraars als er sprake is van “blijvende incontinentie door chronische ziekte of handicap” (‘niet-fysiologische vorm van incontinentie’). Vanaf 3 jaar kun je proberen luiervergoeding aan te vragen met een brief erbij van de huisarts/kinderarts dat er als gevolg van Downsyndroom sprake is van een niet-fysiologische vorm van incontinentie en dat het kind hooguit pas op zeer lange termijn zindelijk zal worden. Zo’n aanvraag wordt vervolgens beoordeeld door een medisch adviseur van de verzekeraar. Bij overdag nog niet-zindelijke kinderen met Downsyndroom van 5 jaar en ouder wordt luiervergoeding altijd toegekend door ziektekostenverzekeraars. Zie hier voor de regelgeving.

Reacties plaatsen niet mogelijk