SDS Lokaal

Bezig met laden van kaart...

Bezig met laden

Nieuwsbrief

* Emailadres

* Relatienummer

* Postcode

* Huisnr

Lijst
 SDS info (voor donateurs) SDS persberichten

Fotoalbum

(Borst)voeding

jesse borstvoeding-klein!updatervar10!0!0!F!
Borstvoeding bij Downsyndroom: altijd proberen!
Juist voor kinderen met Downsyndroom moet borstvoeding worden aangeraden. Te vaak nog krijgen ouders van kinderen met Downsyndroom het advies om het helemaal niet te proberen of al snel op te geven. Borstvoeding bij kinderen met Downsyndroom gaat ook vaak samen met opstartproblemen. Vraag er dan hulp bij, bijvoorbeeld van een lactatiedeskundige. Met de juiste adviezen en met geduld lukt het bij veel kindjes wel…

Of een kind nu Downsyndroom heeft of niet, borstvoeding roept veel vragen en emoties op bij ouders. Helaas krijgen zij vaak tegenstrijdige adviezen van zorgaanbieders. Om ouders beter voor te lichten is er een online multidisciplinaire richtlijn ontwikkeld, die de advisering over borstvoeding op één lijn brengt.

Bij begeleiding en ondersteuning bij borstvoeding zijn veel verschillende zorgaanbieders betrokken. De tegenstrijdige informatie en ondersteuning die zij bieden leidt tot verwarring en vermindert het zelfvertrouwen van ouders. Dat is voor vrouwen een belangrijke reden om vroegtijdig te stoppen met borstvoeding. Dit terwijl borstvoeding goed is voor de gezondheid van moeder én kind. Op www.richtlijnborstvoeding.nl/ kun je de richtlijn downloaden. En daar vind je ook een speciaal hoofdstuk over Downsyndroom.

button-1

Hoe vaak?
Uit promotieonderzoek van Michel Weijerman blijkt dat in 2003 78% van de moeders van kinderen zonder Downsyndroom startte met borstvoeding, terwijl van de moeders van kinderen met Downsyndroom dit percentage slechts 48% was. Volgens Weijerman is er bij Downsyndroom in veruit de meeste gevallen geen medische reden om van borstvoeding af te zien. Ouders van kinderen met Downsyndroom moeten hierover dus beter worden geïnformeerd en goede advisering krijgen bij opstartproblemen.

Voordelen
De voordelen van borstvoeding voor kinderen met Downsyndroom zijn op de eerste plaats dezelfde als voor alle kinderen. Zo is moedermelk licht verteerbaar, het bevat alle benodigde voedingsstoffen voor de eerste 6 levensmaanden, heeft een stimulerende invloed op ademhaling en hartslag en stelt mogelijke overgevoeligheidsreacties uit of zwakt ze af. Andere voordelen gelden extra voor kinderen met Downsyndroom. Moedermelk bevat afweerstoffen tegen infecties, zoals keel-neus-oorinfecties, die veel bij kinderen met Downsyndroom voorkomen. Ook zou moedermelk een beschermende werking hebben tegen auto-immuunziekten die ook vaker voorkomen bij deze kinderen. Deze gunstige effecten zijn het sterkst wanneer op zijn minst 6 maanden borstvoeding gegeven wordt. Voorts zijn er aanwijzingen dat het introduceren van broodpap onder bescherming van moedermelk de kans verkleint dat het kind coeliakie (overgevoeligheid voor gluten uit met name tarwe) ontwikkelt. Verder bevordert de moedermelk nog de ontwikkeling van de hersenen.
Het zuigen aan de borst heeft een gunstig effect op de ontwikkeling van de mondmotoriek, meer dan het zuigen aan een speen. Door een slappe spierspanning bij veel kinderen met Downsyndroom is er vaak een slechte mondmotoriek. Training van de mondmotoriek kan een basis zijn voor goede articulatie. Bovendien kan dit open mondgedrag tegengaan. Daardoor wordt dan weer de kans op uitdroging van de luchtwegslijmvliezen, met als gevolg een grotere kans op infecties, verminderd. Borstvoeding is een natuurlijke manier om de mondmotoriek te trainen.

Problemen
Het voeding geven kan bij kinderen met Downsyndroom aanvankelijk moeizaam gaan. Zij zijn soms heel rustig en laten zich vaak niet horen. Je moet ze wakker maken voor de voeding en dan blijven zij slaperig. Dus men moet ze extra prikkelen om wakker genoeg te zijn om te gaan drinken. Dan komt er bij dat zij minder effectief drinken en eerder moe zijn door de lage spierspanning, zwakke zuigreflex en kleinere mond. Door de houding van moeder en kind aan te passen, en door het stimuleren van een goed gebruik van mond en tong, kunnen deze problemen bestreden worden. Als het aanvankelijk niet goed wil lukken kan men wat korter en vaker voeding geven of afgekolfde moedermelk per cup, lepel of spuitje geven, terwijl men natuurlijk wel moet blijven oefenen. Een positieve aanmoedigende sfeer scheppen zonder dwang is belangrijk.

Ongeveer de helft van de kinderen met Downsyndroom heeft een aangeboren hartafwijking. De kinderarts moet het kind hierop nauwkeurig nakijken waarbij een hartecho in de eerste levensmaand niet mag ontbreken. De kinderen met een hartafwijking kunnen een minder goede conditie hebben, waardoor zij ook weer eerder vermoeid raken en kortademig worden of al zijn. Zij zijn dan vaak suffig, bleek, zweterig bij inspanning (dus ook bij drinken) en kunnen bij inspanning een blauwige kleur krijgen. Zij hebben moeite met het goed opbouwen van het ritme van zuigen-slikken-ademhalen. Zij moeten dan vaak stoppen met drinken om bij te ademen. Als er dan toch voeding uit de tepel of speen in de mond komt bestaat het gevaar van verslikken. Als dat zich een paar maal herhaalt, bestaat het gevaar voor een negatieve conditionering: “voeden is verslikken en het benauwd krijgen”. Het kind kan dan voeding gaan weigeren. Dit moet men natuurlijk voorkomen door tegen te gaan dat er voeding in de mond komt bij het “bijademen”.  Men kan de voeding (gedeeltelijk) per lepeltje geven of ingedikte voeding per fles geven of een fles met een ventiel gebruiken.

Veel spugen kan ook een probleem zijn. Als dit vanaf de geboorte en na iedere voeding voorkomt moet er gedacht worden aan een aangeboren afsluiting van de slokdarm of dunne darm. Snel onderzoek door de kinderarts is dan gewenst. Als er geen sprake is van een dergelijke afsluiting, dan kan in sommige gevallen zoveel mogelijk rechtop voeden, regelmatig laten boeren, vaker kleinere beetjes geven, of tijdelijk afgekolfde melk geven per lepel of cupje, helpen.

Bij ernstige obstipatie moet gedacht worden aan de ziekte van Hirschsprung of een aangeboren afsluiting in het laatste deel van de darm. Als daarvan sprake is, dan moet worden geopereerd. Maar, obstipatie kan ook ontstaan door alleen maar spierslapte. Een buik vol ontlasting kan vervolgens weer spugen en slecht drinken veroorzaken. Er moet dan gezorgd worden voor voldoende of extra vocht. Vaak moet er een laxeermiddel gegeven worden.
Klachten als tepelkloven, borstontsteking, huilen en weigerachtigheid van het kind en stagnerende melkproductie kunnen te maken hebben met het verkeerd aanleggen.

Voldoende drinken?
Om vast te stellen of het kind voldoende voeding binnen krijgt, zijn er enkele praktische aanwijzingen: hoe lang drinkt het kind (minder dan 20 minuten kan te weinig zijn), hoeveel natte luiers heeft het (ongeveer 6 volle luiers per etmaal, na de eerste week), is de luier niet of weinig nat en/of is de urine erg donker of is er oranje neerslag in de luier, dan kan dat duiden op te weinig drinken. Ook kan droge ontlasting (harde keuteltjes) daar een gevolg van zijn. Naast deze gewone signalen is het bijhouden van de groei op de speciale groeicurve voor kinderen met Downsyndroom een goede graadmeter.

Altijd proberen
Het is een kunst om bij al deze mogelijke problemen, die gelukkig niet bij iedereen en lang niet allemaal tegelijk voorkomen, de moed er in te houden en in het geven van borstvoeding te blijven geloven. Zelfs na een moeilijke start met infusen en sondevoeding kan de borstvoeding nog heel goed op gang komen.

We raden aan om borstvoeding te proberen. Maar, als het echt niet gaat en de pogingen een kwelling worden, moet men natuurlijk de wijsheid kunnen opbrengen te stoppen. De voeding moet voor moeder en kind een plezierig moment blijven. Bij flesvoeding kan men uit diverse spenen kiezen. Het beste is uit te proberen welke speen het best voldoet. Ook het type fles kan aangepast worden, bijvoorbeeld een fles met gebogen hals voor kinderen die meer rechtop gevoed moeten worden.

Hulp bij problemen
Als borstvoeding problemen oplevert, kun je hulp vragen, bijvoorbeeld door je problemen te bespreken met een lactatiedeskundige of een leidster van een borstvoedingorganisatie La Leche League (www.lalecheleague.nl) of Borstvoeding Natuurlijk (www.borstvoedingnatuurlijk.nl). Naar een lactatiekundige kun je worden doorverwezen, of je kunt zelf een consult aanvragen via de Nederlandse Vereniging van Lactatiekundigen: www.nvlborstvoeding.nl . Via deze site bereik je een lactatiekundige bij je in de regio.

Hebben de problemen vooral met de mondmotoriek en zuigtechniek te maken, dan kan ook hulp worden ingeroepen worden van een prelinguale logopedist. En dan liefst iemand die ook ervaring met kinderen met Downsyndroom heeft. De coördinator van de kerngroep van de SDS, of van het dichtstbijzijnde DS-Team, kunnen soms behulpzaam zijn met iemand te vinden.

Hier vind je het adres van een lactatiedeskundige die veel ervaring heeft met borstvoeding bij baby’s met Downsyndroom.

Reacties plaatsen niet mogelijk