SDS Lokaal

Bezig met laden van kaart...

Bezig met laden

Nieuwsbrief

* Emailadres

* Relatienummer

* Postcode

* Huisnr

Lijst
SDS info (voor donateurs)SDS persberichten

Fotoalbum

Kenmerken van kinderen met Downsyndroom

Kinderen met Downsyndroom kunnen zeer van elkaar verschillen in ontwikkeling. Dat geldt voor alle ontwikkelingsgebieden (cognitie; taal: spraak; motoriek: sociaal functioneren). Ook kan het functioneren op verschillende ontwikkelingsgebieden bij één en hetzelfde kind nogal uiteenlopen (bijvoorbeeld een redelijk goede motoriek gepaard gaande aan een beperkte taalvaardigheid of precies andersom). Het gaat dus steeds om zeer individuele profielen.

Er kan niet genoeg worden benadrukt dat kinderen met Downsyndroom niet uniek zijn met hun problemen. Niet alleen bestaan er geen medische complicaties die alleen maar bij Downsyndroom voorkomen. Maar ook zijn er kinderen met een andersoortige oorzaak van verstandelijke of lichamelijke belemmeringen met vergelijkbare of meer problemen op de verschillende hieronder beschreven ontwikkelingsgebieden. Het bijzondere aan kinderen met Downsyndroom is dat zij de bovenstaande problemen vaak in combinatie hebben. Heel belangrijk is verder om elk van de hieronder beschreven problemen goed door te denken en daarbij na te gaan hoe het effect ervan in de onderwijspraktijk kan worden geminimaliseerd. Dat kan zowel op een speciale als op reguliere school.

In onderstaande volgt een overzicht op een aantal gebieden van kenmerken die vaak voorkomen bij kinderen met Downsyndroom:

Uiterlijk
Kinderen met Downsyndroom hebben een aantal uiterlijke kenmerken, in meerdere of mindere mate, die hen als groep herkenbaar maken, o.a.: ‘scheve’ ogen; kleinere oren; kleinere neus; langere tong; kortere ledematen. Elk kenmerk op zich komt ook voor bij kinderen zonder Downsyndroom én kinderen met Downsyndroom hebben niet per se alle kenmerken. Het feit dat de kinderen uiterlijk herkenbaar zijn heeft zowel nadelen (het roept al snel stereotiepe en lage verwachtingen op) als voordelen (klasgenoten op een gewone school houden meer vanzelfsprekend rekening met het kind dan bij ‘onzichtbare’ beperkingen vaak het geval is).

Medisch
Er is een verhoogd risico op een aantal medische problemen. Voor het onderwijs is het belangrijk om te weten dat veel kinderen met Downsyndroom een licht tot matig gehoorverlies hebben. Tips voor slechthorende kinderen zijn ook goed voor kinderen met Downsyndroom. Bijvoorbeeld: laat het kind dichter bij de leerkracht zitten; zorg dat het kind je aankijkt voordat je spreekt; ondersteun waar mogelijk de communicatie visueel; check of het kind de informatie wel heeft gehoord; spreek duidelijk en in niet te lange zinnen. Verder zien kinderen met Downsyndroom, zelfs na correctie met een bril, vaak wat minder scherp en minder helder dan andere kinderen. Gebruik dus leermateriaal dat visueel niet al te klein en niet al te onduidelijk is.

Vertraagde ontwikkeling – verstandelijke belemmering
Kinderen met Downsyndroom ontwikkelen zich over het algemeen langzamer dan kinderen zonder het syndroom, hoewel dit niet altijd voor alle ontwikkelingsgebieden hoeft te gelden én er grote verschillen tussen kinderen met Downsyndroom zijn. De ontwikkelingsleeftijd (de verstandelijke ontwikkelingsleeftijd), zal dus achterlopen op de kalenderleeftijd. Dit wordt aangeduid met de term ‘verstandelijke belemmering’. Bij een verstandelijke belemmering hoort ook het volgende beeld: De kinderen profiteren in mindere mate van ‘zelfontdekkend’ leren en hebben meer leiding, ondersteuning, structuur en herhaling nodig om zich vaardigheden eigen te maken. Vaardigheden worden gemakkelijker geleerd wanneer de opvoeders/ leerkrachten kleine tussenstapjes inbouwen. De kinderen zijn voorts minder flexibel in hun denken, zullen minder snel zelf nieuwe verbanden leggen en hebben moeite om kennis en vaardigheden te generaliseren. Het laten oefenen van vaardigheden in allerlei verschillende situaties is daarom belangrijk. Het merendeel van de jonge kinderen met Downsyndroom, als deze vanaf de geboorte goed zijn begeleid met gerichte ontwikkelingsstimulering, moet hedentendage worden gerekend tot de categorie ‘matig verstandelijk gehandicapt’, ‘licht verstandelijk gehandicapt’ of zelfs ‘zwakbegaafd’ en niet tot de categorie ‘ernstig verstandelijk gehandicapt’.

Spraak-/ taalbelemmering
Traditioneel werden kinderen met Downsyndroom altijd gezien als kinderen met alleen een verstandelijke belemmering (‘dommer’). Feitelijk is er echter ook sprake van een specifieke belemmering op het gebied van de spraak-/ taalontwikkeling. De spraakontwikkeling loopt bij de meeste kinderen met Downsyndroom zeer achter op de ontwikkeling van taalbegrip (met name op de opbouw van de woordenschat) en op de algemene cognitieve ontwikkeling. Omdat mensen geneigd zijn het begrip van kinderen in te schatten op grond van hun spraak leidt dit ertoe dat kinderen met Downsyndroom veelal ver onder hun niveau worden aangesproken. Helaas kan dit op termijn leiden tot een zichzelf waarmakende voorspelling. Kinderen met Downsyndroom hebben vaak (maar ook hier is de variatie groot): lichte woordvind-problemen (niet het juiste woord kunnen oproepen); dialoogproblemen (de spontane spraak is vaak beter dan de spraak in een dialoog met een ander, omdat in een dialoog woordvind-problemen meer spelen); moeite zich een goede zinsbouw eigen te maken; moeite met articulatie; minder innerlijke spraak (in je hoofd tegen jezelf praten en daarmee je eigen handelen organiseren en sturen). De spraak-/taalbelemmeringen komen waarschijnlijk voor een deel voort uit het feit dat (zeker jonge) kinderen met Downsyndroom (ook los van eventuele slechthorendheid) auditieve informatie (in de zin van gesproken taal) minder goed verwerken en onthouden. Het korte-termijn-geheugen voor gesproken taal is veelal beperkt, waardoor langere zinnen moeilijker worden begrepen en waardoor zinnen worden opgeslagen in telegramstijl. Dit leidt vaak tot een telegramstijl van spreken. De spraak-/ taalontwikkeling kan echter gunstig worden beïnvloed door meer gebruik te maken van visuele ondersteuning. Met name het ‘leren lezen om te leren praten’ (waarbij de taal zichtbaar wordt gemaakt door geschreven tekst) werkt remediërend. De auditieve problemen worden dan namelijk omzeild. De visuele informatieverwerking en het visueel geheugen zijn bij kinderen met Downsyndroom relatief goed. Hier moet nog worden opgemerkt dat veel kinderen met Downsyndroom ‘slechte’ praters zijn, maar desalniettemin wel goed zijn in het overbrengen van hun bedoelingen.

Motoriek
Spierslapte, minder goede coördinatie, en meer herhaling nodig hebben om vaardigheden te leren zijn veelal kenmerkend. Ook hier is de variatie groot.

Vertraagde reacties
Kinderen met Downsyndroom hebben vaak meer tijd nodig om een reactie te geven (zowel motorisch als bij het spreken). Het is belangrijk een kind deze extra tijd ook te geven.

Consolidatieproblemen en informatie-oproepproblemen
Kennis en vaardigheden die een tijd niet zijn geoefend willen nog weleens ‘wegzakken’. Dit probleem kent een ieder zonder Downsyndroom natuurlijk ook, maar bij kinderen met Downsyndroom is het in een meer uitgesproken vorm aanwezig. De vaardigheden en kennis lijken overigens vaak verder weg dan ze feitelijk zijn. ‘Dat kind snapt hier echt helemaal niets meer van’. Met een lichte mate van herhaling van de instructie komt het vaak weer aan de oppervlakte. De kennis zit er wel, maar het werd niet ‘opgeroepen’.

Zelfredzaamheid
De zelfredzaamheid is vaak relatief goed (omdat het hierbij veelal gaat om vaak herhaalde handelingen), hoewel er hier ook enige vertraging in de ontwikkeling kan optreden, en er uiteraard aanzienlijke individuele verschillen zijn. Ook kunnen er beperkingen zijn als gevolg van lichte motorische problemen (bijvoorbeeld: niet de kracht hebben om een knoop van je broek vast te maken). Houd bij de materiaalkeuze zo nodig rekening met spierslapte en minder goede fijne coördinatie.

Spelgedrag
Dit is zeer verschillend per kind. Leeftijd maakt hierbij natuurlijk ook uit. Kinderen met Downsyndroom zijn in het algemeen minder flexibel en gevarieerd in hun spel. Beperkte spraak kan ertoe leiden dat echt samenspel wordt bemoeilijkt (omdat het kind niet wordt begrepen en zijn bedoelingen minder goed over weet te brengen, hoewel veel kinderen met Downsyndroom ondanks ‘slechte’ spraak wel communicatief zijn). Toch zijn andere kinderen (in regulier of speciaal onderwijs), soms spontaan, soms met enige begeleiding door een volwassenen, vaak in staat een kind met Downsyndroom in hun spel te betrekken.

Reacties plaatsen niet mogelijk