SDS Lokaal

Bezig met laden van kaart...

Bezig met laden

Nieuwsbrief

* Emailadres

* Relatienummer

* Postcode

* Huisnr

Lijst
 SDS info (voor donateurs) SDS persberichten

Fotoalbum

Soorten speciaal onderwijs

Hoewel de ZML-school voor de hand ligt, zijn er nog andere soorten speciaal onderwijs mogelijk voor kinderen met Downsyndroom. Wij zetten hier een aantal mogelijkheden op een rij:

  • Een speciale klas binnen een reguliere school, met individueel georganiseerde uitwisseling tussen de leerlingen uit de speciale klas en de reguliere klassen. Deze tussenvorm wordt in den lande in sommige plaatsen geboden, inmiddels zelfs op een enkele school voor voortgezet onderwijs. Voordeel is de mogelijkheid voor sociale integratie, nadeel kan zijn dat zo’n speciale klas qua (toevallige) leerlingensamenstelling soms wel erg heterogeen (qua leeftijden en niveau van functioneren) kan uitvallen.
  • Speciaal basisonderwijs en, op de voortgezet onderwijs leeftijd, Praktijkonderwijs. Dit zijn vormen van speciaal onderwijs waar in vergelijking met het ZML-onderwijs vaak meer aandacht is voor schoolse vaardigheden en tot op zekere hoogte ook voor zaakvakken. Sommige leerlingen met Downsyndroom kunnen van het curriculum in dit type onderwijs zeker profiteren. Voor toelating tot het speciaal basisonderwijs is echter een indicatie nodig van de Permanente Commissie Leerlingenzorg (PCL), voor toelating tot de praktijkschool een indicatie van de Regionale Verwijzingscommissie (RVC). Deze commissies hanteren vrij strakke normen, met name ook wat betreft IQ. De PCL gaat uit van een IQ boven de 70, of in ieder geval boven de 60. De RVC gaat voor het praktijkonderwijs uit van een IQ van 55 tot 80. De commissies mogen echter een beredeneerde afwijking toepassen én een kind dat niet voldoet aan de strikte criteria toch een indicatie geven. Daartoe zullen zij dan ouders en school moeten horen. Zo’n beredeneerde afwijking zal in de praktijk alleen worden toegepast als de betreffende school een onderbouwd verhaal heeft waarom deze leerling met Downsyndroom het meest profijt heeft bij plaatsing op deze school. We kennen een klein aantal leerlingen met Downsyndroom die op deze wijze zijn toegelaten tot het Praktijkonderwijs. Overigens mag binnen deze typen onderwijs de ‘Rugzak’ (en in het voortgezet onderwijs de ‘Rugzak’ en de extra Downsyndroom-regeling) worden ingezet, maar dan wordt de extra financiering die de leerling krijgt als gevolg van de plaatsing in het speciaal basisonderwijs of de praktijkschool wel van dit ‘Rugzak’-bedrag afgetrokken.
  • ZML-onderwijs. In het schoolprogramma ligt vaak meer nadruk op praktische vaardigheden en sociale redzaamheid. De Commissie voor Indicatiestelling (CvI) kan in het geval van Downsyndroom zonder verdere discussie een indicatie voor ZML-onderwijs afgeven (die indicatie geldt in het regulier onderwijs als recht op de ‘Rugzak’). Er zijn onderlinge verschillen tussen ZML-scholen in kwaliteit en in de mate waarin aandacht wordt besteed aan schoolse vaardigheden. Bij de keuze voor een individuele school adviseren wij de ouders om te gaan kijken en praten op verschillende ZML-scholen in de regio en om ook kennis te nemen van de inspectierapporten over de afzonderlijke scholen (zie www.onderwijsinspectie.nl).
  • Andere vormen van speciaal onderwijs dan ZML. Leerlingen met Downsyndroom hebben cognitieve belemmeringen, maar daarnaast is er vaak ook sprake van andere belemmeringen. Het komt voor dat een leerling met Downsyndroom meer gebaat is bij een vorm van onderwijs waarbij wordt ingespeeld op een bepaalde – in het geval van die leerling – dominerende belemmering, anders dan de cognitieve belemmering. Zo is er een klein aantal leerlingen met Downsyndroom geplaatst in het Tyltylonderwijs (bij uitgesproken motorische belemmeringen), het onderwijs voor leerlingen met een visuele of een auditieve beperking, of het onderwijs voor leerlingen met spraak-taalproblematiek. In al deze gevallen is een indicatie nodig van de Commissie voor Indicatiestelling. Die zal alleen worden afgegeven wanneer goed is onderbouwd (door ouders én deskundigen) waarom bij deze leerling dit bepaalde type onderwijs het meest geëigend is.
  • Bij een beperkt aantal leerlingen met Downsyndroom zijn er zodanig aanzienlijke belemmeringen in het functioneren dat plaatsing in een vorm van speciaal onderwijs niet vanzelfsprekend is. Meer en meer ZML-scholen (en soms ook Tyltyl-scholen) proberen aan het recht op onderwijs voor deze kinderen tegemoet te komen door te werken met verbrede toelating. Ten behoeve van deze kinderen wordt er dan geld uit de AWBZ aangevraagd om extra assistentie te kunnen bieden. Deze leerlingen worden dan soms in aparte niveau-groepen op een ZML-school geplaatst, soms ook in reguliere ZML-groepen.
  • In de praktijk gaat een klein aantal kinderen met Downsyndroom (kinderen met meer aanzienlijke belemmeringen) in de leerplichtige leeftijd naar een kinderdagverblijf voor kinderen met een verstandelijke handicap. Ook in die setting kan er systematisch gewerkt worden aan ontwikkelingsstimulering, eventueel met daarbij advisering van de groepsleiding vanuit het speciaal onderwijs (samenwerkingsverbanden tussen ZML-onderwijs en zorgsector).

Reacties plaatsen niet mogelijk