SDS Lokaal

Bezig met laden van kaart...

Bezig met laden

Nieuwsbrief

* Emailadres

* Relatienummer

* Postcode

* Huisnr

Lijst
SDS info (voor donateurs)SDS persberichten

Fotoalbum

Vervolggesprekken

Het is belangrijk dat de leden van het schoolteam zich bij dat volgende gesprek, door al het gelezene, iets zijn gaan voorstellen bij Downsyndroom, iets anders dan de onzinnige stereotypen over Downsyndroom die nog steeds vaak de kop opsteken. Hopelijk zijn de leerkrachten bij wie dat nog nodig was zich op zijn allerminst gaan realiseren dat leerlingen met Downsyndroom niet allemaal gelijk zijn. Zij moeten in de eerste plaats dit kind, jouw kind leren kennen.

Toch raden wij je aan om bij de eerste gesprekken met de school van je keuze je kind met Downsyndroom niet mee te nemen (tenzij natuurlijk het kind als jonger broertje of zusje al lang bekend is op de school). De kans dat jezelf en je kind onder de druk van het moment een verre van optimale indruk achterlaten is veel te groot!

Een goede manier om het team een beter beeld te verschaffen is, naar onze mening, iets te laten zien van je kind. Dat kan op verschillende manieren. Je kunt bijvoorbeeld werkstukjes laten zien van de peuterspeelzaal. Of, je kunt, (korte!) video-opnamen laten zien van je spelende kind thuis of op de peuterspeelzaal. (Het schoolteam zou daar ook een kijkje kunnen gaan nemen, maar dat is eerder een volgende stap dan een alternatief.) We gaven ook reeds aan dat je het team een vorderingenoverzicht van je kind kunt laten zien, bijvoorbeeld aan de hand van Kleine Stapjes. Eventueel kun je een pedagogisch werker (ofwel van een zorgaanbieder – maar dan moet je een indicatie hebben van het CIZ voor Early Intervention – ofwel van de MEE) vragen je te ondersteunen bij het toetsen van je kind aan dat hand van dit programma. (Let wel: dat is iets totaal anders dan je kind onderwerpen aan een gestandaardiseerde IQ-test!) Het is mogelijk om op geleide van de toetsing niet alleen een vorderingenoverzicht met afzonderlijke stappen, maar tevens een ontwikkelingsprofiel te maken van je kind. Uit zo’n profiel blijken het ontwikkelingstempo en de eventuele zwakke en sterke kanten van dít kind en daar gaat het om. Hoe meer je het team duidelijk maakt met wie ze te maken krijgen en hoe ze daarmee verder moeten, hoe meer werk je hen uit handen neemt waar ze niet om verlegen zaten. Het is het overwegen waard om de pedagogisch werker mee te vragen bij het gesprek met de school. Die kan dan met de leerkrachten als pedagogen-onder-elkaar overleggen.

Verder moet je proberen de leerkrachten tegenover je duidelijk te maken dat je kind op de basisschool nog volop met Kleine Stapjes verder kan, zeker in de groepen 1 en 2, en dat ze daar een prima kindvolgsysteem of handelingsplan aan hebben. Sterker nog, die opzet is ook geschikt voor andere zwakke leerlingen. Want ga maar na: alle mogelijke taakjes op gebied van plakken, knippen, kleur herkennen en -benoemen, sorteren van vormen, puzzelen, bouwen met blokken, maar ook springen, huppelen en spelen met een bal zitten erin. Dat is meestal een hele geruststelling voor de leerkracht van de groep 1. Bovendien is het tussen school en huis zoveel gemakkelijker overleggen in de zin van: ‘Wij zijn nu bezig met RT 41’ in plaats van ‘We kijken of hij een opdracht van twee woorden uit kan voeren met vier keuzemogelijkheden voor de voorwerpen, zowel als voor de uit te voeren handelingen’. Zo is het feit dat je al een uitgewerkt ‘plan’ meebrengt vaak een goede binnenkomer.

Aan de andere kant is het belangrijk dat je in het gesprek niet overkomt als een ouder die de school van alles per se wil opdringen. Je biedt informatie en ondersteuning aan, maar je geeft de leerkrachten wel ruimte om daar op hun manier mee om te gaan.

Hoewel een breed draagvlak op een school de integratie gemakkelijker zal maken, is het niet nodig dat perse het gehele team achter de plaatsing staat. Lees hier meer.

Wanneer een kind eenmaal een school gevonden heeft, is het handig om daar een vast aanspreekpunt in te stellen. Op basisscholen zullen vooral de ouders en in het vervolgonderwijs zal ook de leerling zelf behoefte daaraan hebben. Op een basisschool zal dat vaak de steunleerkracht of de klasseleerkracht zijn of soms de intern begeleider en in het vervolgonderwijs de mentor.

Reacties plaatsen niet mogelijk